Vijgen stekken (én snoeien): zo doe je het stap voor stap

Moestuin

Als je eenmaal één vijgenboom hebt, wil je er al snel meer. Gelukkig hoef je die niet te kopen — je kan ze gewoon zelf stekken. Het snoeimateriaal dat je in het vroege voorjaar toch al wegknipt, gooi je dus beter niet weg maar kan je eenvoudig gebruiken om te vermeerderen.

Met een beetje geduld heb je een jaar later een nieuwe plant klaarstaan. In deze post leg ik stap voor stap uit hoe ik dat aanpak, en waarom vijgen snoeien en vijgen stekken zo hand in hand gaan.


Waarom vijgen snoeien?

Vorm en grootte

Vijgen kunnen flink groeien als je ze hun gang laat gaan. In het wild worden het kleine bomen. In een Belgische of Nederlandse tuin is het vaak handiger om ze compact te houden, zodat je makkelijker kan oogsten. Door te snoeien stuur je de groeirichting en houd je de plant beheersbaar.

Betere vruchtzetting

Vijgen dragen vrucht op het hout van het vorige jaar — kortweg: aan de uiteinden van scheuten die de zomer ervoor zijn gegroeid.

Als je niet snoeit, groeit de plant steeds verder naar buiten en komen de vruchten steeds hoger en verder van de stam te hangen. Door te snoeien stimuleer je nieuwe scheuten die het volgende jaar opnieuw vrucht dragen.

Luchtcirculatie en licht

Een te dicht gewas houdt vocht vast, wat schimmels in de hand kan werken. Door overtollige takken weg te halen krijgt de plant meer licht en lucht. Dat is goed voor de gezondheid van de boom én voor de kwaliteit van de vruchten.

Dood of beschadigd hout verwijderen

Zeker na een koude winter kan er dood hout aanwezig zijn. Je herkent dit aan een donkere, bijna zwarte kleur en een wat verkreukeld uiterlijk. Dat knip je weg zodat de plant haar energie kan steken in gezonde scheuten.

Verjonging van de plant

Oudere takken produceren vaak minder vijgen. Door af en toe oudere takken te vervangen door jonger hout blijft de plant productief.


Wanneer snoei je vijgen?

Van half februari tot half maart is het ideale moment voor een goede snoeibeurt. De ergste vorst is dan meestal voorbij.

Heb je een vijg in pot die overwintert in een kas? Dan kan je vaak al wat eerder snoeien, bijvoorbeeld vanaf begin februari.

Wordt er nog een stevige koudeperiode voorspeld? Dan stel je de snoei beter nog even uit.


Hoe snoei je een vijg?

Hoe je snoeit hangt vooral af van de vorm die je wil: een vijg op stam of een vijgenstruik.

Vijg op stam

De eerste jaren laat je de plant best grotendeels met rust. Snoei je niet, dan maakt de vijg weinig zijtakken en groeit hij mooi recht omhoog.

Wanneer de plant de gewenste hoogte bereikt heeft, knip je de top eraf — schuin, vlak boven een oog. Dat oog loopt verder uit en vormt de nieuwe hoofdtak. Ook de ogen eronder lopen uit, waardoor de plant een mooie vertakte structuur krijgt.

Kies vervolgens drie of vier sterke zijtakken en laat die verder groeien. Andere zijtakken kan je verwijderen. Omdat het jong groen hout is, kan je ze vaak gewoon afbreken bij de stam.

Eén of twee jaar later kan je opnieuw toppen. Ook de zijtakken die ontstaan zijn uit je eerste snoeibeurt kan je dan terugsnoeien zodat ze verder vertakken.

Snoei steeds schuin, vlak boven een oog dat naar buiten gericht is. Zo krijg je een open en luchtige structuur. Verwijder daarnaast kruisende of schurende takken en dood hout.

Vijgenstruik

Voor een struikvorm begin je al vanaf het eerste jaar met snoeien.

Snoei de top schuin boven een oog, waardoor de plant dicht bij de grond begint te vertakken. In de jaren daarna kan je de zijtakken telkens ongeveer voor de helft terugsnoeien, zodat de struik mooi vol blijft.


Hoe stek je een vijgenboom?

Vijgen stekken is verrassend eenvoudig en een ideale manier om je vijgenboom te vermeerderen.

Benodigdheden

  • een scherpe snoeischaar
  • snoeihout van de vijgenboom
  • een kweekpot van ongeveer 15–20 cm hoog
  • tuinaarde of potgrond
  • zand (voor zware grond)

Potgrond voorbereiden

Meng de tuinaarde met ongeveer 30% zand (ongeveer 300 gram zand per kilogram aarde). Zo maak je zware grond luchtiger en beter waterdoorlatend.

Vul daarna de pot met dit mengsel.


Stekken klaarmaken

Knip takjes van 15 tot 20 cm, met minstens 3 tot 4 knoppen.

Snoei:

  • de onderkant vlak onder een knop
  • is er een knop op het uiteinde van je stek, dan hoef je verder niets te doen. Is er bovenaan een snijvlak, dan knip je dit schuin boven de bovenste knop af.

Maak de bovenste snede bij voorkeur schuin. Zo kan de nieuwe scheut zich mooi ontwikkelen.

Let op: vijgen bevatten een wit melksap dat vrijkomt wanneer je snoeit. Dit kan de huid irriteren. Draag eventueel handschoenen.


Stekken planten

Steek de stekken in de pot. Je kan er meerdere samen in één pot zetten, maar laat ongeveer 5 cm afstand tussen de stekken.

Zorg dat alle knoppen, behalve de bovenste, onder de grond zitten. Uit die ondergrondse knoppen ontwikkelen zich later de wortels.


Water geven en wachten

Geef de stekken water en zet ze op een plek met halfschaduw.

Ik zet ze zelf vaak aan de voet van mijn vijgenboom. In de zomer zorgen de bladeren daar voor gefilterd zonlicht en wat extra verkoeling.

Laat de stekken een volledig groeiseizoen staan en geef regelmatig water zodat de grond niet uitdroogt.

Na enkele maanden verschijnen er kleine blaadjes. Dat is meestal een teken dat de stek wortels begint te vormen.

Blijven de blaadjes uit of verwelken ze snel, dan is de stek waarschijnlijk niet aangeslagen. Verwijder deze uit de pot zodat schimmels geen kans krijgen en de andere stekken meer ruimte hebben.

Niet alle stekken zullen aanslaan — dat hoort erbij. Sommige planten hebben een succespercentage van bijna 90% (zoals trosbes), maar bij vijgen ligt dat vaak rond 50%. Nog altijd meer dan de moeite waard dus.

Wil je de slaagkans vergroten? Dan kan je stekpoeder gebruiken. Let er wel op dat niet alle stekpoeders geschikt zijn voor eetbare planten.


Oppotten of uitplanten

De volgende winter, wanneer de stekken hun blad verloren hebben, kan je ze oppotten.

Kies een pot die diep genoeg is voor het wortelgestel en vul die met goed doorlatende grond: tuinaarde gemengd met zand en een beetje compost werkt prima.

Je kan jonge planten ook rechtstreeks in de tuin zetten.

Kies een standplaats met:

  • veel zon
  • beschutting tegen koude wind
  • bij voorkeur een warme zuidmuur

Let er ook op dat jonge planten niet overwoekerd raken door andere planten terwijl ze nog klein zijn.

Meer over de ideale standplaats en hoe je succesvol vijgen kweekt lees je in deze post.


De eerste winters

Jonge vijgen zijn gevoelig voor strenge vorst. Het gaat dan niet om een paar graden onder nul, maar om stevige winterprikken van ongeveer -10 °C of kouder.

Je kan jonge planten helpen door ze op een beschutte plek te laten overwinteren.

Een kas is ideaal, maar ook een warme muur of een plek dicht bij je huis kan al enkele graden verschil maken tijdens koude nachten.


Geduld loont

Vijgen stekken vraagt eigenlijk niet veel: een pot aarde, een paar snoeisels en af en toe wat water.

Het enige wat het echt kost is geduld.

Maar wanneer je een jaar later een stevige jonge vijg uit de pot haalt, vol met wortels, dan weet je dat het de moeite waard was.

Maak ook zeker voldoende stekken, want ze zijn super leuk om uit te delen of om te ruilen tegen andere planten.

Bewaar dit bericht voor later:

Een collage met stappen voor het stekken van vijgen, inclusief takken, een snoeischaar en opkweekpotten met jonge plantjes.

Blijf via mail op de hoogte van alle nieuwe recepten en blogs:

Subscriber NL

Deze berichten vind je misschien ook leuk:

Chocolade op een Stokje Maken

Zelf chocolade op een stokje maken is eenvoudig en leuk. Perfect voor romige chocolademelk, als dessert of om cadeau te geven tijdens de feestdagen. Met tips voor chocolade, vormen en smaakvariaties.

Tomatenzaden fermenteren zodat ze sneller kiemen

Tomatenzaden fermenteren voor een snelle kieming in het voorjaar

Moestuin

Tomaten zijn zonder twijfel een favoriet onder moestuiniers! Met slechts één plant kun je kilo’s aan oogst binnenhalen, en niets is beter dan de smaak van een vers geplukte tomaat uit eigen tuin. Ze zijn sappiger, rijker van smaak en gewoonweg veel lekkerder dan hun tegenhangers uit de supermarkt.

Wat het kweken van tomaten extra spannend maakt, is de enorme verscheidenheid aan soorten. Er zijn wel tienduizenden soorten, variërend in grootte, kleur en smaak – van kleine kerstomaten tot gigantische vleestomaten, en van groen tot zelfs zwart. Het mooie is dat je, wanneer je een soort vindt die je bevalt, de zaden kunt oogsten en deze volgend jaar opnieuw kunt zaaien. Zaden kunnen ook worden uitgewisseld met andere tuiniers, waardoor je je collectie uitbreidt en elk jaar nieuwe variëteiten kunt uitproberen.

Maar hoe zorg je ervoor dat je de beste kwaliteit tomatenzaden krijgt? Het geheim zit in fermenteren! Door de zaden te fermenteren, verwijder je het gel-omhulsel dat de kieming vertraagt. Dit eenvoudige proces zorgt ervoor dat je zaden sneller en gemakkelijker zullen ontkiemen in het voorjaar.

Zelfbestuiving

Tomaten zijn zelfbestuivend, wat betekent dat ze vaak zaden produceren die bijna exacte kopieën zijn van de moederplant. Dit maakt tomaten ideaal om zaden van te oogsten, omdat je vrijwel zeker weet wat je kunt verwachten. Kruisbestuiving komt slechts zelden voor, omdat tomatenbloemen zo gebouwd zijn dat insecten meestal geen stuifmeel van andere planten kunnen overbrengen. Toch kan er soms een kruising plaatsvinden, wat kan leiden tot onverwachte en soms verrassend heerlijke resultaten!

Bij F1-hybride tomaten ligt dit iets anders. Deze soorten worden handmatig gekruist op specifieke eigenschappen, die alleen zichtbaar zijn in de eerste generatie. Als je zaden van een F1-hybride oogst, krijg je vaak planten met andere eigenschappen dan de originele plant. Toch kan het leuk zijn om je te laten verrassen door de variëteit die de natuur biedt.

Een tomatenkruising in de praktijk…

Een paar jaar geleden oogstte ik zaden van een Chocolate Cherry tomaat. Een heerlijk ras, waar ik zaadjes van wilde hebben het volgende jaar. En dus, een jaar later, de tomatenplanten waren al goed groot, toen merkte ik dat één van de planten die ik gelabeld had als ‘Chocolate Cherry’ en dus tomaten van ‘kers’-formaat zouden moeten dragen, behoorlijk grote tomaten droeg, bijna zo groot als een tennisbal.

Ik dacht een tijdje dat ik de plant verkeerd had gelabeld, totdat ik een paar weken later zag dat de tomaat roodbruin kleurde. De Chocolate Cherries waren de enige bruine tomaten die ik had, dus dit moest zo’n zaailing zijn, maar dan gekruist met een andere soort. Ik moest wel nog even wachten totdat ik de tomaat kon proeven, maar er was al één groot voordeel merkbaar. De opbrengst zou veel hoger zijn dan wanneer het een cherrytomaat zou zijn geweest. Doordat de tomaten een veel groter formaat hadden en alle trossen telden wel 10 grote tomaten.

Toen ik eindelijk mijn eigen tomatensoort mocht proeven, bleek deze heerlijk! Het had die volle en evenwichtige zoetzure smaak van de ‘moedertomaat’, wat natuurlijk de reden was dat ik de zaden überhaupt oogstte. En ondanks dat deze vrucht veel groter was, was de smaak net zo intens als die van de kleintjes.

Niet elk zaadje van de Chocolate Cherries die ik het jaar ervoor had geoogst, waren kruisingen, de meesten waren gewoon kerstomaatjes. Maar deze ene plant was een aangename verrassing. Van de grote Chocolate ‘cherry’ tomaten heb ik nieuwe zaden geoogst en als aparte soort bewaard. Vier jaar later is deze variëteit nog steeds mijn persoonlijke nummer één, en blijf ik de zaden verder uitselecteren en oogsten. Leuk om uit te delen aan collega-moestuiniers..

Waarom tomatenzaden fermenteren?

In de tomaat zitten de zaden in een soort gel. Bij natuurlijke uitzaaiing zorgt die gel ervoor dat de tomatenzaden niet kiemen alvorens dat het daar de juiste moment voor is. In ons noordelijk klimaat, waar we tomaten binnenshuis voorzaaien, willen we deze wachttijd vermijden (de tijd die nodig is voor de gel om af te breken) en dus zaadjes zonder gel rond, zodat de zaden kiemen van zodra we ze daar de juiste omstandigheden voor geven. Door de zaden te laten fermenteren lost de gel op en kiemen je zaden dus een stuk gemakkelijker dan wanneer je dit niet zou doen.

Uit welke tomaten oogst je zaad?

In de eerste plaats moet je er op letten dat je niet te maken hebt met een F1-hybride. F1-hybriden zijn zodanig gekruist, op bepaalde eigenschappen, en geven deze eigenschappen alleen door aan de eerste generatie, de huidige dus. Gebruik je de vruchten van deze planten om zaden te oogsten dan krijg je wellicht planten met een andere draagkracht en/of tomaten met een andere vorm, kleur en smaak. Je weet dus niet wat je gaat krijgen. (Al kan dat dus soms ook wel leuk zijn)

Heb je een soort gevonden, die geen F1-hybride is, die je zelf eens wil proberen. Dan kies je enkele vruchten die mooi, groot en goed rijp zijn, bij voorkeur van een goeddragende plant. Deze eigenschappen zijn belangrijk omdat die voortkomen uit het DNA van de vrucht. Het DNA dat wordt doorgegeven via het zaad naar de nieuwe planten die je in je tuin zal planten. Zo zal een kleine vrucht van een bepaalde soort waarschijnlijk iets kleinere vruchten geven dan normaal is voor die soort. En zo geven de grotere vruchten een grotere kans op iets grotere vruchten van dezelfde soort. Je kiest dus vruchten die de voor jouw belangrijke eigenschappen bezitten.

Stap-voor-Stap: tomatenzaden fermenteren

Zaadjes uit de tomaat halen: Snijd de tomaat open en verwijder de zaden samen met het gelachtige omhulsel.

Fermenteren: Doe de zaden in een potje en voeg wat water toe. Schrijf de naam van de tomatensoort en de datum op het potje.

Laat het potje eerst even openstaan (dek eventueel af met een gaasje of stukje stof om vliegjes te vermijden). Wanneer de fermentatie op gang is gekomen (dit ruik je), mag je het potje sluiten voor de geur. Doe het elke dag even open om de fementatiegassen eruit te laten.

Schud dagelijks. Dit helpt om het gel-omhulsel los te maken.

Zaden schoonmaken: Na 5 dagen op kamertemperatuur zijn de zaden voldoende gefermenteerd. Giet het mengsel door een fijne zeef en spoel de zaden af onder koud water totdat alle resten van de tomaat en de gel zijn verdwenen.

Drogen: Verspreid de zaden op een koffiefilter of stuk keukenpapier en laat ze enkele dagen drogen. Schrijf de naam van de tomatensoort en de datum op het papier. Zorg dat de zaden voldoende uit elkaar liggen zodat ze goed kunnen drogen.

Bewaren: Zodra de zaden volledig droog zijn, kun je ze van het papier halen en bewaren op een droge, donkere plaats. Voeg een zakje silicagel toe om vocht te absorberen, zodat de zaden langer houdbaar blijven – tot wel 3 jaar.

Tip: Zaadmatjes en -linten

Een handige manier om de zaden te bewaren is door ze op zaadmatjes of zaadlinten te maken. Je kunt het keukenpapier waarop de zaden liggen in reepjes knippen en het volgende voorjaar direct in de grond leggen.

Bewaar dit bericht:

Blijf via mail op de hoogte van alle nieuwe recepten en blogs:

Deze berichten vind je misschien ook leuk: